Thoughts and Philosophies:
A visual interpretation
 



Introduktie Nederlands

Mijn reis door kunst, filosofie en de taal van vrijheid


Als jonge jongen bracht ik de meeste van mijn zaterdagen door in Pulchri Studio in Den Haag. Deze dagen met mijn grootvader waren veel meer dan gewone familiebezoeken; ze werden het beginpunt van mijn levenslange fascinatie voor kunst. In die zalen ontdekte ik een soort “droomwereld”: een plek waar kleuren, vormen en ideeën samenkwamen en mij het gevoel gaven werkelijk vrij te zijn. Kunst schonk mij een ervaring van vrijheid, een bevrijding die ik mijn hele leven ben blijven zoeken en die ik later opnieuw vond in de filosofie en de schilderkunst.


Mijn grootvader, Machiel (“Mac”) Roest (1889–1973), was een bekende figuur in de Haagse kunstwereld. Hij was niet alleen een toegewijd kunst verzamelaar, maar ook erelid van Pulchri Studio. Zijn vriendenkring bestond uit grote namen zoals Willem Hussem, Sierk Schröder, Jan van Heel en Co Westerik. Via hen maakte hij deel uit van het bruisende Haagse kunstleven van de jaren dertig tot zestig. Door hem werd ook ik van jongs af aan ondergedompeld in die wereld, waar kunst niet slechts bewonderd werd maar vooral geleefd. Ook mijn ouders deelden een diepe passie voor kunst, en zij gaven deze vanzelfsprekend aan mij door.
Tijdens mijn middelbare schooltijd verbreedde mijn nieuwsgierigheid zich naar de filosofie. Ik zocht naar antwoorden op vragen die ik nauwelijks kon verwoorden: over waarheid, bestaan, vrijheid en de structuur van het denken zelf. Het was in die jaren dat ik Ludwig Wittgenstein ontdekte, een filosoof die mijn denken blijvend zou beïnvloeden.


De lezing van de Tractatus Logico-Philosophicus was een openbaring. Wittgenstein stelde dat de grenzen van onze taal de grenzen van onze wereld bepalen, en dat veel filosofische problemen niet voortkomen uit het denken zelf, maar uit de beperkingen van de taal. Deze gedachte raakte mij diep.
Ik las de Tractatus herhaaldelijk, in verschillende talen: Duits, Engels, Frans en Nederlands. Tot mijn verbazing leek elke vertaling een ander boek te zijn. De nuances, de verschuivingen in betekenis en de keuzes van de vertalers veranderden soms de essentie van wat Wittgenstein probeerde te zeggen. Al snel besefte ik dat geen enkele vertaling zijn bedoeling volledig kon weergeven, dat er altijd iets wezenlijks verloren ging of vervormd werd. Deze ontdekking maakte mij bijzonder alert voor de kracht én de breekbaarheid van taal — een thema dat later terug zou keren toen ik zocht naar een manier om filosofie buiten de taal om te beleven.

Naast Wittgenstein hebben ook andere denkers mij sterk beïnvloed: Friedrich Nietzsche, Hannah Arendt, Martin Heidegger en Arthur Schopenhauer. Ieder van hen opende nieuwe perspectieven. Nietzsche met zijn radicale kritiek op de moraal, Arendt met haar beschouwingen over politiek en menselijke vrijheid, Heidegger met zijn onderzoek naar het zijn, en Schopenhauer met zijn visie op lijden en wil. Hun ideeën bleven niet beperkt tot de boekenplank; ze werden deel van mijn leven, van mijn manier van kijken. Soms raakte ik bijna geobsedeerd en zocht ik in de maatschappij naar concrete uitwerkingen van hun gedachtegoed. Kon ik de wil tot macht van Nietzsche terugzien in de politiek? Of Heideggers idee van het “zijn-tot-de-dood” in het dagelijks leven? En als ik dat niet kon, vroeg ik mij af: wat is dan de zin van de filosofie?


Op zoek naar een zekere stabiliteit begon ik een studie economie, maar al snel belandde ik in de financiële wereld, waar ik werkte als market-maker en risicomanager. Hoewel ik daar enkele successen kende, werden deze overschaduwd door tegenslagen, teleurstellingen en een groeiend gevoel van vervreemding. Ik voelde mij er nooit thuis. Midden jaren negentig mondde dit uit in een zware depressie.
Toch werd deze moeilijke periode ook een keerpunt. Ik realiseerde mij dat filosofie, wanneer zij beperkt blijft tot taal — tot boeken, redeneringen en woorden — slechts eenzijdig en incompleet is. Het lezen van Wittgenstein, Nietzsche of Heidegger bleek uiteindelijk onvoldoende. Filosofie moest geleefd worden, ervaren, en in mijn geval: verbeeld. Uit dit inzicht groeide een nieuwe behoefte: filosofie uitdrukken in kunst, in beelden in plaats van woorden.

In 2009 begon ik daarom met het schilderen van wat Wittgensteins filosofie voor mij betekende. Ik wilde zijn aforistische, genummerde en bijna wiskundige stellingen omzetten in een “getekende werkelijkheid”. Voor mij was dit geen louter artistieke oefening, maar een filosofische vertaling. Door vormen, kleuren en composities probeerde ik uit te drukken wat taal ontoereikend liet.
Zo ontstond een reeks van 65 schilderijen, elk gebaseerd op een specifieke aforisme uit de Tractatus. Ik koos er bewust voor om op papier te werken, omdat ook de filosofie traditioneel op papier geschreven en gedrukt wordt. De naden tussen de vellen papier liet ik zichtbaar: ze verbeelden de dualiteit van het leven. Niets vloeit naadloos in elkaar over; er zijn altijd grenzen. Maar dit keer waren het grenzen die niet door taal werden opgelegd.


Ik gaf deze serie de titel


Machiel ontmoet Ludwig von Wittgenstein (1975–2018),


als eerbetoon aan zowel Wittgenstein als mijn grootvader Machiel, die mij de wereld van de kunst had binnengeleid en aan mijn vader Franciscus, die mij de Tractatus als eerste gaf. In deze werken komen twee erfenissen samen: die van de filosofie en die van de schilderkunst. De reeks is mijn poging om de kloof te overbruggen tussen taal en beeld, tussen denken en vorm, tussen traditie en persoonlijke creatie.


Dit boek bevat een selectie uit die serie, samen met reflecties en beschouwingen. Het vertelt het verhaal van een levensreis die begon in de kinderlijke verwondering van de Pulchri Studio, zich verdiepte in filosofische zoektochten, een omweg maakte via de wereld van de financiën, en uiteindelijk terugkeerde — rijker en rijper — naar de universele taal van de kunst.
Het is, in wezen, een zoektocht naar vrijheid: dezelfde vrijheid die ik als kind al voelde voor de schilderijen, en die ik blijf nastreven in de samensmelting van kunst en filosofie.